“Aan het eind van het traject zei hij: ‘Ik vond je echt een k…wijf.’”. En weet je? Ik begreep het. Tijdens een sessie had ik hem gezegd: “Hoeveel rondjes moeten we nog lopen en hetzelfde blijven bespreken, als jij hier niet mee aan de slag gaat?” Niet zacht, wel eerlijk.

Wij mensen houden niet van ongemak. We vermijden, sussen, stellen uit. We willen aardig gevonden worden, erbij horen, ons bewijzen. Maar echte verandering vraagt iets anders. Het vraagt durf. Zelfreflectie. Ontwikkeling.
Later vertelde hij dat hij bewust afstand had genomen. Hij had zelfs overwogen om me de volgende keer gewoon naar de mond te praten. Maar… het kwartje viel. Hij ging ermee aan de slag. En ontdekte: het werkt.

Ongemak, pijnlijke gedachten en lastige gevoelens horen bij het leven. Het is normaal dat we die liever kwijt dan rijk zijn. Maar hoe zou het zijn om er juist even bij stil te staan? Om niet meteen iets op te lossen, maar gewoon te zijn bij wat er is. Als we stoppen met vechten tegen wat we niet willen voelen, ontstaat er ruimte. Soms komt er helderheid. Soms alleen rust. En soms mag het er gewoon zijn, zonder oordeel.

Dat hij dit durfde te benoemen én bleef, maakte indruk. We namen warm afscheid. Met respect. Niet iedereen blijft. Soms lopen mensen weg. Dan is het (nog) te confronterend. En dat mag. Maar als iemand het wél aangaat, gebeurt er iets wezenlijks.

Ik loop graag een stukje mee. Ook als het schuurt. Juist dan.
Soms is het genoeg om even omhoog te kijken – en jezelf weer te herinneren waar je naartoe wilt.